Wat is boksen ?

 

Iedereen kan vechten, maar slechts weinigen kunnen boksen. Toch is boksen een boeiende sport. Een individuele sport die grote beweeglijkheid, accuraat handelen, snelle oriëntatie, concentratievermogen, incasseringsvermogen, anticipatie en creativiteit vraagt. Het zal door zijn aard goede voorwaarden scheppen tot de ontwikkeling van zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, moed en zelfbeheersing. Boksen is een spel van aanvallen en verdedigen.

Natuurlijk wordt er hier geleerd om zuiver en correct te stoten. En met een goede techniek stoot je uiteraard veel harder dan zonder techniek. Maar er is veel aandacht voor beheersing in de stoten. Niet hard doordreunen, maar proberen een opening in de dekking te creëren om vervolgens met een goed geanticipeerde stoot licht te treffen (skintouch). Zonder conditie kun je slecht boksen. Daarom wordt er veel aandacht aan het conditionele aspect besteed.

De eerste leshelft bestaat uit het aanleren en oefenen van technieken. De tweede leshelft bestaat uit het conditionele aspect om vervolgens het geleerde in de praktijk te toetsen in het ‘sparren’ (gereglementeerde oefening in wedstrijdvorm). Opgemerkt dient te worden dat de bokssport niet alleen geschikt is voor krachtpatsers maar integendeel IEDEREEN KAN LEREN BOKSEN.

 

Korte geschiedenis van het boksen :

 

De eerste getuigenissen van het vuistvechten vinden we in afbeeldingen op vazen welke omstreeks 1600 v.Chr. gevonden zijn op Kreta. Het heeft echter nog lange tijd geduurd vooraleer de bokssport er uitzag zoals men ze nu kent. Voor het jaar 1743 waren er in het boksen praktisch geen regels het was meestal vechten totdat er iemand zijn nederlaag erkende en soms zelfs tot de dood.

Er waren ook geen gewichtsklassen & geen ring., zodat tenslotte het een monopolie werd van de zwaargewichten. Dankzij de Grieken heeft de bokksport blijven bestaan. Tijdens de 1e Olympische spelen werd er ook al gebokst. De eerste regels werden opgelegd door Jack Brouthon een Engelsman vandaar ook de naam Engels boksen het is ook gedurende lange tijd hun Nationale sport geweest.

De bloeiperiode van de Prize-Ring (zo werd het boksen in die tijd genoemd) bereikte een hoogtepunt rond 1785. Het boksen had toen de aandacht van adel, vorsten en publiek. De gevechten speelden zich voornamelijk af in open lucht. De ring had een afmeting van 24 voet met daarom heen een grotere ring voor helpers en vrienden. Er waren twee scheidsrechters die vaak nog een jurylid aanwezen voor het bepalen van de uitslag. De wedstrijd eindigde wanneer 1 van beiden opgaf of verslagen was. Een ronde eindigde wanneer een van beiden door een stoot of worp neer ging. Dan was er een pauze van 30 seconden, waarna de boksers nog 8 sec. kregen om de scratch te bereiken.

De scratch was een vierkant in het midden van de ring met zijden van een yard. Soms werden aangeslagen boksers door hun helpers naar de scratch gedragen. In 1860 introduceerde de markies van Queensberry zijn nieuwe regels. Het uit 229 artikelen bestaand reglement , bekend onder de naam Queensberryregels, vormt nog steeds de grondslag voor alle reglementen in de bokssport. Ook hij bracht het denkbeeld in de bokswereld dat men in eerste instantie moest trachten ongeschonden te blijven en daarna de ander te treffen. Hier begint de periode van "glove fighting".

De boksers werden ingedeeld in drie gewichtsklassen: licht-, midden- en zwaargewicht. Alle worstelen werd verboden en de partijen bestonden uit een vast aantal ronden van een bepaalde tijd. Het waren nu geen ‘finish-fights’ meer. De beoordeling geschiedde door een scheidsrechter en twee touwrechters. Met deze zgn. 'Friendly Glove Contests' werd de basis voor het moderne boksen gelegd.

 

 

*De door ons geschreven teksten bij " boxing history " kunnen afwijken van teksten of visies van andere bokshistorici. Daar er zoveel verschillende versies bestaan over dit welbepaald onderwerp, hebben wij besloten de volgens ons zo correct mogelijke versie neer te pennen.

 

.